Grassen planten en op de juiste manier verzorgen

Siergrassen zorgen voor een natuurlijke lichtheid in de tuin en zijn meestal niet veeleisend. Waar je op moet letten bij het planten en onderhouden van je grassen, zetten we hier voor jou op een rijtje.

Siergras in rode en groene tinten in een tuin
De prachtige siergrassen verfraaien de tuin

Overzicht: grassen planten en onderhouden 

  • Grassen kan je het beste in het voorjaar planten, zodat ze tot de winter goed kunt wortelen 
  • Bloeiende vaste planten zoals asters en zonnehoed passen goed bij grassen 
  • De meeste grassen vinden een doorlatende bodem prettig die niet te veel voedingsstoffen bevat 
  • Als het al nodig is, geef grassen dan alleen organische meststoffen, bijvoorbeeld compost 
  • Grassen kan je eenvoudig in het voorjaar vermeerderen door de wortelstok te delen 

Wanneer gras planten – lente of herfst? 

Eenmaal geplant en goed ingeworteld hebben grassen weinig onderhoud meer nodig. Daarvoor moet je de siergrassen echter wel op het juiste moment inzetten.

De meeste grassen kan je het beste in het voorjaar planten, bij voorkeur tussen februari en april. Dan hebben de planten namelijk voldoende tijd om tot de eerste vorst goed aan te groeien. Want zomergroene grassen zoals riet en struisriet staan weliswaar in de herfst in volle pracht en zijn ook winterhard, maar houden uiterlijk in september op met de vorming van nieuwe wortels. Vocht en kou maken het leven voor de amper aangegroeide grassen dan bijzonder zwaar. Ook het omplanten van grassen moet om dezelfde reden in het voorjaar gebeuren.  

In het najaar kun je grassoorten planten die ook nog bij lagere temperaturen groeien. Inheemse soorten zoals segge (carex) en festuca zijn goed bestand tegen vocht en kou en wortelen tot het begin van de winter voldoende in. 

Grassen planten: Materialen en gereedschap 

Grassen kan je met weinig hulpmiddelen planten. De belangrijkste maatregel is: trek handschoenen en kleding met lange mouwen aan vanwege mogelijk scherpe randen van de grashalmen. Ook het volgende moet je nog bij de hand hebben: 

Instructies: zo plant je gras op de juiste manier

Zet grassen na aankoop zo snel mogelijk in de grond, zodat ze uit hun krap bemeten pot kunnen. Aan de slag: 

Grassen planten: De belangrijkste tips 

Als je onze tips voor het planten van gras in perken en bakken opvolgt, heb je lang plezier van deze ongecompliceerde tuinbewoners.

Perk met siergras tussen tuinmuur en pad

Geschikte locatie vinden 

Alleen een siergras dat zich prettig voelt op de gekozen locatie groeit zoals het moet. Riet en pennisetum hebben volle zon nodig. Halfschaduw is goed voor struisriet en fluitgras en plekken met veel schaduw zijn geschikt voor segge en trisetum. Zorg er dus voor dat de gekozen plaats in de tuin beantwoordt aan de lichtomstandigheden voordat je de grassen plant

Close-up van een man die in de weide bukt voor een lapje grond, in de linkerhand een beetje aarde die hij controlerend bekijkt

Bodemgesteldheid 

Voor de bodemgesteldheid geldt: de meeste grassen geven de voorkeur aan doorlatende grond die niet te veel voedingsstoffen bevat. Opgehoopt vocht laat de siergrassoorten, die eigenlijk robuust zijn, verrotten. Zware kleigronden moet je daarom met zand of gruis verarmen en draineren zodat water beter wordt afgevoerd voordat je er grassen in kan planten. 

Siergras met fraaie pluimen langs een geplaveid pad

De juiste afstand 

Plant gras met een afstand tot andere gewassen die ongeveer gelijk is aan hun uiteindelijke groeihoogte. Gras dat je als groep plant voor bescherming tegen inkijk of als heg, kan je ook compacter aanplanten. Hoe compacter je de grassen plant, des te eerder je ze moet delen, zodat ze elkaar niet hinderen. Graaf daarvoor de wortelkluit uit en deel hem in kleinere stukken. Na het terugplanten, groeit het kleinere stuk uit en maakt het gras compacter.  

Twee vierkante bakken met siergrassen tussen een bank en een heg

Grassen in bakken planten: doorslaggevend is de grootte van de bak 

De ongecompliceerde grassen gedijen in de beperkte plantenruimte van potten en plantenbakken meestal beter dan andere planten. Kies echter vooral voor groot groeiende grassen een pot die twee tot drie keer zo groot is als de wortelkluit, zodat er voldoende grondvolume is en voldoende gewicht voor stabiliteit zorgt. Gebruik voor het planten van de grassen tuin- of plantaarde, potgrond bevat meestal te veel meststoffen. Een drainagelaag van hydrokorrels voorkomt dat zich op de bodem van de pot vocht kan ophopen. 

Welke planten kan je goed combineren met grassen? 

Veel grassen komen pas aan het einde van het tuinseizoen echt goed in vorm. Daarom zijn laat bloeiende vaste planten uitstekend gezelschap voor hen. Een zonnehoed, sedum, aster of herfstanemonen krijgen met de weelderige pluimen van hoge grassen een perfect decor. Je tuin wordt bijzonder interessant met bijvoorbeeld zacht verengras, duizendblad en steppesalie of riet in combinatie met oenothera.  

Zelfs de populaire bolvormig gesnoeide buxus past bij gras. Zelfs beplanting met groenblijvende in vorm gesnoeide gewassen krijgt met grassen een verfrissend accent. 

STIHL tip

Een echte win-win-situatie ontstaat door gras te combineren met vroegbloeiende bloembollen. Tulpen, narcissen en dergelijke zorgen voor een dicht tapijt met bonte kleuren in de hele tuin, wanneer van het afgemaaide gras nog maar weinig te zien is. Zodra de bloembollen zijn uitgebloeid, bedekt het fris opkomende gras de onaantrekkelijk geworden bladeren.

Grassen onderhouden: maaien, gieten, bemesten 

Veel onderhoud heeft een tuin met gras niet nodig, op voorwaarde dat de grassoorten op de juiste locatie staan en de grond goed is voorbereid. De robuuste planten zijn dan nauwelijks gevoelig voor ongedierte en ziekten. Veel soorten hoef je niet regelmatig water te geven en hebben nauwelijks meststoffen nodig als ze goed zijn ingeworteld.  

Alleen elk jaar de grassen goed terugmaaien mag je niet over het hoofd zien: in het vroege voorjaar moet je je siergras net boven de grond afsnijden, zodat de nieuwe groei licht en ruimte krijgt om te groeien. 

Gieten: ook grassen die het graag droog hebben, moeten in het eerste jaar na het planten regelmatig worden gegoten, zodat ze een dicht wortelwerk vormen. In de jaren daarna is extra water geven alleen in zeer droge zomers nodig.  

Bemesten: hoog groeiende, bladrijke soorten zoals riet willen in het voorjaar na het snoeien graag een organische bemesting met compost. Andere grassoorten kunnen te veel meststoffen met stikstof zelfs schaden. Blauwe festuca of vedergras groeien dan te snel en waardoor hun halmen aan stabiliteit inboeten. Ook grassen die goed in de schaduw groeien, hebben geen bemesting nodig. 

Overwinteren: maai je grassen niet in de herfst, maar pas in het voorjaar terug. De dichte, verdroogde halmen en bladeren beschermen de wortelstok tegen vocht en kou. Sommige grassen overwinteren beter beschermd door ze samen te binden.  

Grassen vermeerderen en delen 

Grassen die wuivende halmen vormen, zoals riet, worden in de loop van het jaar vanuit het midden kaal en gaan tegelijkertijd de breedte in. Om dat tegen te gaan en de grassen tegelijkertijd te vermeerderen, deel je de wortelkluiten om de paar jaar in het voorjaar na het uitdrijven. Daarvoor steek je met de spade in het midden van de plant en graaf je de wortelkluit rondom uit. Eén stuk zet je weer terug op de oude plek, de anderen plant je ergens anders in of doe je cadeau aan een andere liefhebber van gras. 

Nog meer voor tuinliefhebbers